donderdag 31 januari 2013

Schizofrenie is geen ziekte en andere kritische punten in dit artikel


WAD? Weekbladpers Artikelen Digitaal
Datum: 12-02-2011
Pagina: 026_1
Rubriek:
Auteur: LO GALBO, C. (CAROLINA)
HoofdTrefwoord: Geestelijke gezondheid
Soort artikel: Interview
Interview /Psychiater Jim van Os
‘Ik maak een heleboel stennis’
door Carolina Lo Galbo en Tomas Vanheste foto’s Wouter Vandenbrink
Jim van Os is voor de vierde keer door zijn vakgenoten gekozen tot toppsychiater.
Opmerkelijk, omdat hij een revolutie in zijn vak nastreeft. ‘Je moet mensen niet in een
hokje duwen met de boodschap: jouw brein deugt niet.’
De hele psychiatrie staat op losse schroeven.' Psychiater Jim van Os is niet bang voor
radicale uitspraken. Toch is hij de lieveling van zijn beroepsgroep. 'Ik maak een heleboel
stennis en dat valt blijkbaar in de smaak,' verklaart hij zelf. 'Het hele systeem moet op de
schop. Van het academische onderzoek tot de hulpverlening. Ik schaam mij er absoluut niet
voor dat ik psychiater ben, maar ik ben wel kritisch over mijn vak, en ik denk dat heel veel
van mijn collega's dat ook zijn.' Van Os is een man met een missie. 'We moeten patiënten
en hun ervaringen serieus nemen en ze niet wegzetten in een hokje met een boodschap
waar ze niets mee kunnen. Je brein deugt niet, je moet pillen nemen en je kan er zelf niets
aan doen. Het bewijs voor dit biologische model is zwak. Ik keer mij daar op
wetenschappelijke gronden tegen.'
Comfortabel leunt hij in de zachtgele bank op zijn werkkamer bij de ggz-instelling Vijverdal
in Maastricht, terwijl hij met zijn vrije hand druk gebaart. Voor een radicaal is Jim van Os
een bijzonder aimabele man. Weliswaar onderbreekt hij zijn gasten meer dan eens midden
in hun vraag, maar dat is louter geestdrift. Hij verstaat de kunst je op je gemak te stellen
met minimale middelen: hij knikt bevestigend, luistert aandachtig en gaat elegant in op elke
vraag, ook als hij vindt dat die de plank totaal misslaat. Wellicht zijn het ook die
eigenschappen die zijn collega's ertoe bewogen hem uit te verkiezen. 'Van Os heeft iets
innemends,' zei zijn Utrechtse collega René Kahn naar aanleiding van de eretitel.
Opmerkelijk, want Kahn is van de biologische school, waar Van Os zich tegen verzet.
'Dat was heel lief van hem,' zegt Van Os. 'We zijn goede vrienden, maar we agree to
disagree.'
Van Os heeft zijn grootste faam te danken aan zijn onderzoek naar schizofrenie, een ziekte
die volgens hem niet bestaat. Op geen enkele manier is de groep die we nu dat etiket
opplakken scherp af te bakenen van andere groepen zoals mensen met borderline of zoals
zogenaamd normale mensen, stelt de Maastrichtse psychiater. 'Er zijn geen specifieke
symptomen of eigenschappen in het brein of cognitieve veranderingen of behandelingen die
je de patiënten kunt geven. Als je wilt, kun je het hele systeem van diagnostische labels
onderuithalen en zeggen: het is pure labelarij. Ik wil al die hokjes eigenlijk wel afschaffen.
Ze doen de mens geen recht. Maar het probleem is: wat ga je dan doen?'
Een opvallend standpunt voor iemand die lid is van de commissie die werkt aan de nieuwe
editie van hét handboek van de psychiatrie: de Amerikaanse Diagnostic and Statistical
Manual of Mental Disorders (DSM). 'Ik zit daar als een van de weinige Europeanen in, dus
ze gaan niet alles ineens omgooien. Maar ze hebben me wel gevraagd omdat ze zelf ernstige twijfels hebben over de geldigheid van al die hokjes. Ik vertegenwoordig met mijn
kritiek een grote groep psychiaters in Europa. Het is dus een beetje Europa tegen Amerika.
Als ik een rare eenling was, hadden ze me er heus niet bij gevraagd.'
Het psychotisch syndroom
De DSM is wereldwijd het boek waar psychiaters die een diagnose moeten stellen naar
grijpen en waar ze hun behandeling op baseren. Vol verwachting wordt er uitgekeken naar
de vijfde versie, die in 2013 uitkomt. 'Als sociaal fenomeen is het interessant dat een stel
mensen op een hotelkamer zit te beslissen hoe je waanzin de komende vijftien jaar gaat
noemen,' zegt Van Os ironisch. 'In een vorige werkgroep Schizofrenie brak er ruzie uit
omdat mensen heel sterke persoonlijke visies hadden over hoe het eruit moest komen te
zien. Daar kwam een compromis uit dat gedurende twintig jaar door de hele wereld braaf is
gebruikt.'
De impact van de DSM is nauwelijks te overschatten. 'Het boek verkoopt beter dan de
bijbel,' zegt Van Os.
Als Van Os het voor het zeggen had, mochten alle twintig verschillende etiketjes voor
mensen met psychotische verschijnselen de prullenbak in. Hij pleit voor een
verzamelcategorie, het psychotisch syndroom, waarbinnen je per patiënt kan kijken hoe
deze scoort op verschillende dimensies. 'De een hoort wat meer stemmen, de ander heeft
wat meer manie.' Maar die revolutionaire wijziging gaat hij niet voor elkaar krijgen. 'Niet nu.
Het systeem is conservatief, mensen zijn conservatief, ze houden niet van verandering. De
academische gemeenschap, de hulpverleners, maar ook veel patiënten en hun familie
hebben houvast aan diagnoses. Ze geloven echt dat die bestaan. Er zijn inmiddels zo veel
gevestigde belangen dat het moeilijk is het systeem te veranderen. Maar wat je zeker niet
moet doen, is jezelf buíten het systeem plaatsen, dat is flauw. Ik vind dat je niet alleen
criticus moet zijn, maar je ook moet inzetten om het systeem van binnenuit te veranderen.'
Tot de critici behoort psychiater Allen Frances, nota bene de baas van de vorige editie, die
vol spijt terugkijkt op zijn eigen werk. 'We hebben,' schreef hij in een vlammende kritiek op
zijn opvolgers, 'ons net duidelijk te breed uitgeworpen en veel "patiënten" gevangen die
mogelijk veel beter af waren geweest als ze nooit de geestelijke gezondheidszorg waren
binnengekomen. De nieuwe editie staat vol met voorstellen die onze fouten dreigen te
vermenigvuldigen en de greep van de psychiatrie op het domein van het normale
dramatisch vergroten.'
Bent u ook niet bang dat u eraan bijdraagt dat de psychiatrie haar tentakels nog verder
uitstrekt?
'Voor het eerst in de geschiedenis van de DSM wordt het aantal diagnoses niet groter. In de
volgende versie worden de hokjes nog niet afgeschaft, maar kun je wel ook al
diagnosticeren door te scoren op dimensies. Dat is mooi.'
Frances maakt zich bijvoorbeeld ongerust over de introductie van het 'psychose risico
syndroom' dat mensen moet diagnosticeren vóór ze hun eerste psychose krijgen.
'Dat gaat het niet halen. Ik denk eigenlijk dat ieder weldenkend mens er tegen is. Als je in
alle hoeken en gaten gaat zoeken naar mensen die een beetje vreemd zijn, vind je ze heus
wel. Ga je naar middelbare scholen met een vragenlijst, dan zegt vijf à tien procent van de
scholieren dat ze wel eens stemmen horen. Zet je die criteria in een boekje, dan is het
probleem dat al die kindertjes de psychiatrie in worden gestuurd.'
Toch snapt Van Os de voorstanders, vooral Amerikanen, wel. 'Voor vroege opsporing is
veel te zeggen. Waarom wachten tot je tien jaar nare stemmen hoort?' Ook hebben de
Amerikaanse onderzoekers behoefte aan een goedgekeurd naampje. 'In Amerika is het heel erg gejuridiseerd. Als je onderzoek doet naar iets zonder diagnostische criteria, kun je
vervolgd worden. Zo simpel is het. Daarom denk ik dat er een compromis uitkomt en het in
de appendix eindigt.'
Volgens Frances leidt de nieuwe versie tot een bonanza voor de farmaceutische industrie.
'Toen ik bij de DSM kwam, zeiden ze als eerste tegen mij: elke dag zullen journalisten je
bellen en ze willen twee dingen weten: welke nieuwe categorieën gaan jullie verzinnen, en
hoeveel verdient de farmaceutische industrie eraan? Je ziet een hypersensitiviteit
daaromtrent ontstaan, natuurlijk ook door de excessen in het verleden. Maar het wordt nu
ook een beetje overtrokken. Iedereen is zo geschrokken dat wij nu cleaner dan clean
moeten zijn.'
De diagnose die u wilt afschaffen - schizofrenie - is een aangeboren hersenziekte, stelt Dick
Swaab in zijn boek Wij zijn ons brein dat heel Nederland nu leest.
'Dat standpunt is ontzettend in. Er zijn heus wel wat verschillen in het brein te vinden. Maar
als je al het onderzoek op een rij zet, blijft er heel weinig over. Het gaat om heel kleine
studies die nooit herhaald zijn, met rare selecties van diagnostische criteria die niet
wetenschappelijk bewezen zijn. De gemeten effecten zijn heel klein en heel zwak. Een gen
voor schizofrenie is nooit gevonden. Kun je op basis daarvan zeggen dat schizofrenie een
hersenziekte is, terwijl immigranten die in een nieuw land aankomen een tien keer hoger
risico hebben om die stoornis te ontwikkelen?'
U heeft juist uw sporen verdiend met onderzoek naar het samenspel tussen gen en
omgeving.
'Wat wij schizofrenie noemen, is het gevolg van een slecht afgesloten normaal
ontwikkelingsproces in de adolescentie. Op die leeftijd kan het brein makkelijk psychotische
ideeën genereren. Wij denken dat iedereen daar een bepaalde genetische aanleg voor
heeft. Maar als je met bepaalde omgevingsfactoren in aanraking komt, blijf je er makkelijker
in hangen. Risicofactoren zijn een trauma in de kindertijd, cannabisgebruik, sociale
uitsluiting en het wonen in een grote stad. De hele discussie wordt gedomineerd door het
Amerikaanse model dat schizofrenie een rot brein is en je je leven lang medicatie moet
gebruiken. Wij willen aantonen dat we naar een heel ander model moeten: dat de
psychotische verschijnselen onderdeel zijn van een normale menselijke ontwikkeling en dat
de omgeving een belangrijke rol speelt.'
Wat schiet de patiënt daar mee op?
'Patiënten zeggen vaak: ik heb vreselijke dingen meegemaakt en volgens mij heeft het
daarmee te maken. Het helpt niet als jij dan zegt: het zit in je brein, daardoor ben je
psychotisch, neem maar pillen en we gaan er niet over praten, want dat is riskant en dan
maak ik jou mogelijk gekker. Daar is helemaal geen bewijs voor. Maar het blijkt nu voor een
patiënt met een psychotische stoornis heel moeilijk te zijn om een psychotherapeut te
vinden die met hem wil praten. Met een mystificerende naam als schizofrenie geeft de arts
de patiënt een stigma mee omdat mensen het niet kunnen betrekken op hun eigen
psychische functioneren. Op een feestje kun je met depressie nog wel komen aanzetten
omdat iedereen wel eens stemmingswisselingen heeft. Maar zeg je: ik heb schizofrenie,
dan doen de meeste mensen een stapje terug. Ze denken dat het besmettelijk of gevaarlijk
is.'
Als iedereen in de adolescentie vaker psychotische ideeën heeft, wat is daar dan de functie
van?
'Mensen met een psychose kennen een extra hoog belang toe aan dingen die in hun
omgeving gebeuren. Paranoia, iets kunnen lezen in je omgeving waar je waakzaam voor moet zijn, kan het nuttiger? Het kan een behoorlijk begeerde eigenschap zijn als je je
concurrenten steeds een stapje voor moet zijn in een carrière in een vijandige omgeving.
En zó goed met je eigen spraak in contact zijn dat je het haast kunt horen, is natuurlijk ook
nuttig. Een collega vertelde over een geslaagd zakenman die van stemmen advies krijgt
over hoe hij zijn zaken moet doen. Waarom niet? Als je er in de bevolking naar gaat
zoeken, zie je dergelijke licht psychotische verschijnselen bij heel veel mensen. Ik sprak
eens een dame die mij en passant vertelde dat Charles Aznavour verliefd op haar was en
dat hij berichtjes voor haar in de krant plaatste. Of ze het haar kinderen had verteld? Nee,
natuurlijk niet! Die zouden denken dat ze gek was. Een probleem wordt het pas als het je
functioneren in de weg zit.'
Omgevingsfactoren als sociale uitsluiting kunnen het volgens u uit de hand doen lopen.
Allochtonen die als minderheid in een witte wijk wonen, hebben een veel hogere kans op
psychotische verschijnselen. Pleit u dan voor segregatie?
'Als journalisten willen jullie me misschien dat soort uitspraken ontlokken, maar het ligt
oneindig veel genuanceerder. Ik overzie niet alle kanten van het integratiebeleid. Dus er
adviezen over geven vind ik erg arrogant. Maar ik kan wel zeggen dat het niet goed is voor
de geestelijke gezondheid van een substantieel deel van de bevolking als een overheid het
uiten van onderbuikgevoelens jegens hen aanmoedigt.'
Gebeurt dat dan?
'Dat weet ik wel zeker. En dat maakt de gezondheidszorg duurder. Ik hoor van mensen dat
ze vernederd worden. Het zijn de kleine dingen waar ze het aan merken. Hoe ze bejegend
worden in winkels. Elke vorm van discriminatie draagt eraan bij dat je dingen psychotisch
kunt gaan interpreteren. Ik zie veel buitenlanders hun biezen pakken omdat de sociale
omgeving te stressvol voor ze wordt. Uit onderzoek in Londen blijkt dat een zwarte die in
een witte wijk woont een tien keer hoger risico heeft een psychose te ontwikkelen dan een
zwarte in een zwarte wijk. Hetzelfde geldt voor Engelsen die naar Japan gaan en daar in de
minderheid zijn. Als je een uitzondering bent in je omgeving en een langdurig proces van
sociale vernedering doormaakt, ben je veel vatbaarder voor depressie en psychoses. Dat
gaat ook op voor andere minderheden als homoseksuelen.'
Eeuwig en roze
Een verhoogd risico loopt ook iemand die in de stad woont. Maar de uitspraak dat we
massaal naar het platteland moeten verhuizen, laat Van Os zich evenmin ontlokken. 'We
weten niet eens waar het precies aan ligt, laat staan dat we er advies over kunnen geven.'
Zelf woont hij overigens ook in een stad, Maastricht. 'In Wittevrouweveld, de achterbuurt.
De wijk is enorm gestigmatiseerd, maar ik voel mij er thuis. Iedereen kent elkaar daar en de
sociale cohesie is groot. Als mijn fiets gestolen is, ga ik naar de voorzitter van de
bewonersvereniging en vraag ik of hij hem terug kan regelen. Ik voel me er geen
buitenstaander.'
Een concreet advies om je staande te houden in het stadse bestaan heeft hij niet, maar hij
heeft wel andere suggesties om psychische ellende te voorkomen. 'Waar ik voor zou willen
pleiten - en dat is al veel langer gaande in de jeugdgezondheidszorg - is om te proberen de
hoeveelheid ruis voor het opgroeiende kind zo veel mogelijk te beperken tot wat dragelijk is.
De Nederlandse jeugdgezondheidszorg zit vol initiatieven om ouders te empoweren om hier
zelf iets mee te gaan doen. Er is een beweging gaande om de jeugdgezondheidszorg niet
alleen te gebruiken om te beoordelen of kinderen astma hebben en goed kunnen zien. Je
moet gezinnen helpen met opvoedingsadvies om niet alleen lichamelijk, maar ook
psychisch gezond te leven. Ga je iedereen een beetje laten trimmen of een nieuw
ziekenhuis bouwen voor harttransplantaties? Het eerste heeft een veel groter effect op
gezondheid en welzijn.'
Hoe voedt Jim van Os zijn eigen kinderen - een dochter van achttien en een zoon van zestien - eigenlijk op? Eerder in het gesprek vertelde hij kort van heel dichtbij in aanraking
te zijn gekomen met de psychiatrie. 'Dat speelt nog steeds in mijn familie.' Het helpt hem
anders tegen 'de zaak' aan te kijken en motiveert hem. Over de genetische gevoeligheid die
hij zijn kinderen meegeeft, zit hij wel eens in. 'Het is grappig om te zien dat zij zich daar
absoluut geen zorgen over maken. Voor hen is het leven eeuwig en roze. We hebben wel
eens discussie over cannabisgebruik en zij kennen mijn werk, maar het adolescentenbrein
betrekt dat niet op zichzelf. Mijn dochter is heel lief, zoals dat gaat, en mijn zoon geniet van
het leven. Dus ja, die heeft inmiddels wel ontdekt wat een joint te bieden heeft. Maar
betuttelen of boos worden helpt volgens mij niet. We hebben allemaal onze
kwetsbaarheden en lopen vroeg of laat tegen een risicovolle omgeving aan. Je moet ze hun
eigen weg laten vinden, maar ze wel nuttige informatie bieden. Of ik daar helemaal in slaag,
weet ik niet. Als ouder ben ik natuurlijk gewoon een ongeduldig mens dat zich zorgen
maakt.'
Betuttelen wil hij niet als ouder, en ook niet als psychiater. 'In de publieke gezondheidszorg
en psychiatrie is inmiddels wel bekend dat dat niet werkt. Het soort behandeling dat we nu
voor depressie ontwikkelen, is niet een nieuwe pil, maar een apparaatje dat mensen zelf
betrekt bij hun eigen diagnose en behandeling: de PsyMate. Ze dragen het een week bij
zich. Een paar keer per dag piept het ding en dan krijgen ze een kort vragenlijstje over wat
ze aan het doen zijn en wat ze erbij voelen. Dat kun je samen terugkijken om te bespreken
wat er met hen gebeurt in het dagelijkse leven. Waar zullen we aan gaan werken? Je laat
ze hun eigen diagnostiek stellen. Als ze therapie hebben - psychotherapie, mindfulness,
hardlopen of een pil - en ze gebruiken dat ding, kunnen ze zelf ook zien of het iets doet.
Wat wij voorstellen aan de zorgverzekeraars, is dat niemand meer een pil krijgt zonder zo'n
ding.'
Is dan aangetoond dat het werkt?
'We zijn nu bezig met een grootschalig onderzoek en hebben al een paar positieve
bevindingen. Onze hypothese is dat mensen er beter van worden en het effect langer zal
aanhouden. Wat je te pakken krijgt, is de dans van de emoties in het dagelijkse leven.
Mensen komen bij een hulpverlener en die vraagt: hoe was het met je stemming de
afgelopen twee weken? Ze kunnen het niet goed rapporteren. Als je depressief bent, zie je
alleen maar de negatieve dingen. En je kunt niet een globaal oordeel geven, want je
stemming varieert de hele tijd. Als je die variatie meet, heb je een veel preciezer instrument
in handen. Het is dezelfde reden waarom geen internist meer middelen tegen hoge
bloeddruk voorschrijft op basis van een eenmalige meting.'
Kun je er ook niet slechter van worden als je voortdurend met je neus op je stemming zit?
'Je vraagt mensen in eerste instantie het een week te doen, en daarna enkele keren per
week. Je hebt mensen die zo depressief zijn dat ze het niet kunnen. Maar bij de meeste
depressies kwakkelen mensen gewoon met hun stemming. Tachtig procent kon het goed
doen en vond het niet vervelend.'
Een beetje boeddhistisch
Zelf heeft Jim van Os ook een tijdje met de PsyMate op zak gelopen. Hij wilde zelf wel eens
ondervinden wat zo'n apparaatje doet. De uitslag? 'Dat ik best wel instabiel ben eigenlijk,'
zegt hij. 'Al zeggen mensen dat ze het niet aan mij merken. Ik kwam er achter dat het slecht
is voor mijn emotionele leven om het te druk te hebben. Als mijn agenda wordt volgeplempt
en ik geen tijd heb om na te denken, als ik geleefd word. Ik probeer nu tijd vrij te maken om
niets te doen, een beetje boeddhistisch te leven.' Hij lacht. 'Niet mijn sterkste kant.' Uit zijn
evenwicht raakt Van Os wanneer hij het gevoel krijgt dat er aan zijn stoelpoten wordt
gezaagd. 'Nou, dan heb je aan mij een slechte. Dan kan ik iemand het leven zuur maken.
Dat wantrouwen is mijn neurose, die komt voort uit onzekerheid. Soms kost het mij best wel
moeite om een veilige wereld te ervaren. Maar ik doe mijn best relaties met anderen toch
als veilig te zien en een beschutte omgeving te creëren. Dan gaan andere mensen zich automatisch ook veiliger voelen. Dat betekent dus ook dat je minder vijanden maakt. Mijn
onderzoeksgroep is een heel veilige. Daar ben ik trots op.' Hij voelt zich er in elk geval
goed, zo gaf zijn PsyMate aan.
U bedacht het ding omdat zowel het effect van pillen als psychotherapie bij depressie blijkt
tegen te vallen.
'Het komt erop neer dat het effect van alle therapie hoger is ingeschat dan het werkelijk is.
Dat is ook logisch. De farmaceutische industrie heeft er belang bij aan te tonen dat pillen
werken. Maar ook de psychotherapeuten hebben er natuurlijk belang bij dat wat zij doen nut
heeft. Uiteindelijk zijn er geen miracle cures. Uiteindelijk moet je zelf uit therapieën iets
destilleren waarmee je dingen betekenis kunt geven en dragelijk kunt maken. Dat kan niet
alleen maar passief zijn.'
Wat nu als je PsyMate aangeeft dat je je vooral van drank beter gaat voelen?
'Je moet zoeken naar beloningen die duurzaam zijn. Als het goed is, zie je dat je de
volgende dag juist depressiever wordt.
Laat u het idee dat er biochemische processen plaatsvinden los?
'Nee, helemaal niet. Er zitten altijd biochemische processen in het brein. Alleen ik weet niet
hoe nuttig het nu is om alle psychische symptomen bij mensen met psychiatrische
problemen te duiden als brain causes mind. Dat is een heel ouderwets model - je hebt een
breinprobleem en dat veroorzaakt een symptoom, filosofen zijn daar allang voorbij. Het is
niet bewezen dat symptomen die passen bij de diagnose schizofrenie in de categorie brain
causes mind vallen. Patiënten kunnen er ook niet zo veel mee. Bij depressie is er ook heel
veel bewijs voor een mind causes brain-model. Dat je bijvoorbeeld op basis van ernstige
trauma's in je kindertijd bepaalde flashbacks of herinneringen kan hebben die biochemische
veranderingen in je hersenen teweegbrengen en je hersenen een bepaalde richting op
sturen. Als je elke dag een afschuwelijke foto te zien krijgt, heeft dat wellicht impact op je
brein.'
Wordt u dan niet heel boos van zo'n breinboek als dat van Swaab?
'Helemaal niet. Zo ben ik niet, zo gaat het niet in de wetenschap. Je poneert iets, en je
hoopt dat het discussie geeft. Op vrij briljante wijze toont Swaab aan dat er feiten zijn op
basis waarvan je zou kunnen stellen dat het allemaal aan het brein ligt. Alleen zeg ik dat ik
in de psychiatrie overal veranderlijkheid zie. Ik zie mensen die zich vrij weten. Dan zijn ze
voor mij vrij. Een illusie volgens Swaab, maar voor mij is dat volstrekt onbelangrijk. Ik zie
dat mensen veranderlijk zijn. Het ene moment zijn ze depressief, het volgende moment
beter. En ik zie dat ze hoop hebben op verandering en bij zichzelf veranderingen
constateren. Je kijkt door een hele andere bril naar dezelfde gegevens.'
Het breinmodel lijkt op dit moment volstrekt dominant binnen de psychiatrie. Hoe kan het
dan toch dat uw collega's u met uw dissidente opvattingen tot beste psychiater kiezen?
'Ik ben een dissident in de academische psychiatrie die gedomineerd wordt door de
Amerikaanse benadering. Maar de behandelende psychiater in de praktijk is gewoon een
wijze, lieve man of vrouw die elke dag hard werkt voor de patiënten. Die is het helemaal
met mij eens dat het medische model van mensen alleen een pil geven op zijn laatste
benen loopt.'
Jim van Os
1960 Geboren in Utrecht 1978 - 1984 Studie geneeskunde in
Amsterdam
1985 - 1986 Interculturele Psychiatrie in
Jakarta en Casablanca
1987 - 1991 Opleiding psychiatrie in
Bordeaux en Londen
1991 - 1994 UK Medical Research
Council Fellow in Clinical Epidemiology,
Londen
1995 - 2000 Universitair Hoofddocent
Psychiatrische Epidemiologie, Maastricht
2000 - heden Hoogleraar Psychiatrische
Epidemiologie in Maastricht en Hoofd
Afdeling Psychiatrie en Psychologie
Universitair Medisch Centrum Maastricht
2008 - heden Lid werkgroep Psychotische
Stoornissen bij DSM-V
MedNet Toppsychiater
Sinds 2006 organiseert MedNet,
nieuwsmedium voor artsen, jaarlijks de
verkiezing van topartsen uit twaalf
verschillende specialismen. De vraag die
aan vakgenoten wordt voorgelegd is: 'Aan
welke arts binnen uw specialisme
vertrouwt u uw dierbaren toe?' De
collega's van Jim van Os verkozen hem
voor de vierde keer op rij tot
toppsychiater.
Info
Weg met alle etiketjes voor psychotische stoornissen: ‘Ze doen de mens geen recht’
‘Een gen voor schizofrenie is nooit gevonden’
‘Eigenlijk ben ik best wel instabiel’



Credits


WOUTER VANDENBRINK
Copyright © 2011 Weekbladpers Tijdschriften (Ja)


http://weerklank.frontdoormediagroup.nl/wp/files/jim%20van%20os%20toppsychiater%202011.pdf

Geen opmerkingen:

Een reactie posten