Pieter Overduin wrote 2 books about his mania, some passages:
Mijn opleving heeft precies twee dagen geduurd.Apathie heeft zich weer van mij meestergemaakt. Ik voel mij niet goed. Ik denk datanderen zien wat ik voel. Deze gedachtemaakt mij enorm angstig en radeloos. Ikbesluit tot een volledig isolement. Ik probeerin mezelf weg te kruipen en ontwijk iedermenselijk contact. Laat anderen maarbewijzen dat ik besta. Het bewijs wordtbinnen een uur geleverd. Ik heb honger, voelen besta derhalve.
Jammer genoeg proef ik weer niets van dezemaaltijd. Dit eten is waarschijnlijk mijngalgenmaal. Ik voel dat ik ga sterven. Nu ja,misschien krijg ik dan antwoord op debrandende vraag: 'Wat is de zin van hetleven?' Iedereen om mij heen geeft steedseen ander antwoord.
God houdt hoop ik wel van mij. Mijn familiein ieder geval niet. Zij lachen mij uit als ikzeg dat ik geen koffie kan zetten ofhardlopen of aardappels schillen. Het luktmij momenteel gewoon niet.
Mijn opleving heeft precies twee dagen geduurd.Apathie heeft zich weer van mij meestergemaakt. Ik voel mij niet goed. Ik denk datanderen zien wat ik voel. Deze gedachtemaakt mij enorm angstig en radeloos. Ikbesluit tot een volledig isolement. Ik probeerin mezelf weg te kruipen en ontwijk iedermenselijk contact. Laat anderen maarbewijzen dat ik besta. Het bewijs wordtbinnen een uur geleverd. Ik heb honger, voelen besta derhalve.
Jammer genoeg proef ik weer niets van dezemaaltijd. Dit eten is waarschijnlijk mijngalgenmaal. Ik voel dat ik ga sterven. Nu ja,misschien krijg ik dan antwoord op debrandende vraag: 'Wat is de zin van hetleven?' Iedereen om mij heen geeft steedseen ander antwoord.
God houdt hoop ik wel van mij. Mijn familiein ieder geval niet. Zij lachen mij uit als ikzeg dat ik geen koffie kan zetten ofhardlopen of aardappels schillen. Het luktmij momenteel gewoon niet.
Als mensen mij vragen hoe het gaat, zeg
ikgoed. Ik voel mij al een week goed.
Volgensmij heb ik die pillen niet meer nodig.
Ik stopermee
Het 'ongekend vrolijke' zusje van dedepressie, de manie, maakt aanstalten omkennis met mij te maken. Uiteraard kan zijzich niet onbetuigd laten.
Verbaal ben ik onverslaanbaar. Ik lul iedereentotaal omver. Ik heb mij nog nooit zo fantastischgevoeld. Mijn uitstraling is onweerstaanbaar.Alle meiden kijken uitdagend naar mij. Ik ga ernog wel een paar versieren. Maar eerst moet iknog een hoop dingen organiseren. Alleennatuurlijk, dat kan ik makkelijk aan. Ik heb tochgeen slaap nodig. Dag en nacht werken zondermoe te worden. Zalig! Omdat ik verbaal zo sterkben, ontwijkt iedereen mij. Er kan er maar éénde beste zijn. En mijn familie maar zeiken:'Pieter, je geeft wel erg veel geld uit de laatstetijd. Pieter je bent snel beledigd. Pieter praat nueens rustig!' Gelukkig heb ik niemand nodig.
Op school heb ik ook al met iedereen ruzie.Logisch, ze zijn natuurlijk allemaal jaloers opmijn bijzondere gaven. Laatst had mijn moedernog het lef te zeggen dat ik wel eens ziek konzijn. Ik heb mij verdomme nog nooit zo goedgevoeld. Voel ik mij na een klotetijd eindelijkeens goed, mag het verdomme niet.
(Ik houd van mijzelf... )
Wat te schrijven over Pieters manie/psychosena het verschijnen van zijn boekje: Ik houd vanmijzelf… en dat is wederzijds? In de regel kosthet iets op papier zetten mij weinig moeite.Maar nu ligt het anders. Het boekje heb ikstukje bij beetje gelezen. Soms met tegenzin.Omdat ertussendoor, voor mijn ogen, situatiesopduiken die veel schrijnender, veel erger zijndan de luchtige stukjes doen vermoeden.Misschien ligt dat als moeder gevoeliger. Naarmijn idee geeft het boekje slechts ‘het topjevan de ijsberg’ aan. Maar wat gun ik hem deglorie. Hij komt in diverse kranten en zijnboeken staan in boekhandel de Bengel. Hijgaat er zeker een paar keer per dag langs.Paul de Leeuw vraagt hem in zijnradioprogramma. Hij glorieert bij de Verenigingvan Manisch Depressieven en Betrokkenen,waar de boekjes grif verkocht worden.
(Moeder van Pieter in God is in de war... )
De avond dat Pieter in het politiebusje werdweggebracht, heb ik, Esther, bij mijn oudersin bed geslapen. Ik ben achtentwintig maar datweerhield me er niet van die avond. Een bizarredag waarvan ik niet goed wist wat ik ervanmoest denken, laat staan erbij moest voelen.
Langzaam keerde de rust weer terug in huis ensliep ik lekkerder. Ik hoefde niet meer alert tezijn op de geluiden in de kamer naast mij waarPieter sliep. Dit was voorlopig voorbij, ik zegvoorlopig omdat je altijd in je achterhoofd houdtdat het weer kan gebeuren. Hoewel eendepressie afschuwelijk is voor Pieter, geeft hetde omgeving meer ‘rust’ dan een manie. Mijnsinziens. Een manie is voor de omgevingzenuwslopend. Ik mocht daar als gast bij zijn.Pieter bruiste van energie, hield niet op metpraten, kwam met de meest rare plannen op deproppen op de meest gekke tijdstippen en gafgeld uit als water. Soms was ik bang dat hij de‘verkeerde mensen’ tegen zou komen op straatof waar dan ook, die genadeloos misbruik vanhem zouden maken. Hij was in zijn eigen ogenonoverwinnelijk, in mijn ogen vreselijkkwetsbaar. Ik kan me voorstellen hoe moeilijkhet te vatten is voor een buitenstaander. Zelfheb ik ook meerdere malen met verbazingnaar Pieter gekeken, in de hoop de ‘oude’(lees: niet manische) Pieter terug te vinden.Nu krabbelt hij weer overeind en gaat verderwaar hij was blijven hangen en daar ben ikblij om. Iedere dag.
(Esther, zuster van Pieter, in God is in de war... )
Ik ben een overtollig mens. Niemand heeftbelang bij mijn bestaan. Bij deze vervloek ikmijn geboortedag. Ik ben een last voor mezelfen voor mijn omgeving. God neem mijalstublieft mee. Mee naar een plaats waar mijnziel rust vindt.
(Ik houd van mijzelf... )
Het 'ongekend vrolijke' zusje van dedepressie, de manie, maakt aanstalten omkennis met mij te maken. Uiteraard kan zijzich niet onbetuigd laten.
Verbaal ben ik onverslaanbaar. Ik lul iedereentotaal omver. Ik heb mij nog nooit zo fantastischgevoeld. Mijn uitstraling is onweerstaanbaar.Alle meiden kijken uitdagend naar mij. Ik ga ernog wel een paar versieren. Maar eerst moet iknog een hoop dingen organiseren. Alleennatuurlijk, dat kan ik makkelijk aan. Ik heb tochgeen slaap nodig. Dag en nacht werken zondermoe te worden. Zalig! Omdat ik verbaal zo sterkben, ontwijkt iedereen mij. Er kan er maar éénde beste zijn. En mijn familie maar zeiken:'Pieter, je geeft wel erg veel geld uit de laatstetijd. Pieter je bent snel beledigd. Pieter praat nueens rustig!' Gelukkig heb ik niemand nodig.
Op school heb ik ook al met iedereen ruzie.Logisch, ze zijn natuurlijk allemaal jaloers opmijn bijzondere gaven. Laatst had mijn moedernog het lef te zeggen dat ik wel eens ziek konzijn. Ik heb mij verdomme nog nooit zo goedgevoeld. Voel ik mij na een klotetijd eindelijkeens goed, mag het verdomme niet.
(Ik houd van mijzelf... )
Wat te schrijven over Pieters manie/psychosena het verschijnen van zijn boekje: Ik houd vanmijzelf… en dat is wederzijds? In de regel kosthet iets op papier zetten mij weinig moeite.Maar nu ligt het anders. Het boekje heb ikstukje bij beetje gelezen. Soms met tegenzin.Omdat ertussendoor, voor mijn ogen, situatiesopduiken die veel schrijnender, veel erger zijndan de luchtige stukjes doen vermoeden.Misschien ligt dat als moeder gevoeliger. Naarmijn idee geeft het boekje slechts ‘het topjevan de ijsberg’ aan. Maar wat gun ik hem deglorie. Hij komt in diverse kranten en zijnboeken staan in boekhandel de Bengel. Hijgaat er zeker een paar keer per dag langs.Paul de Leeuw vraagt hem in zijnradioprogramma. Hij glorieert bij de Verenigingvan Manisch Depressieven en Betrokkenen,waar de boekjes grif verkocht worden.
(Moeder van Pieter in God is in de war... )
De avond dat Pieter in het politiebusje werdweggebracht, heb ik, Esther, bij mijn oudersin bed geslapen. Ik ben achtentwintig maar datweerhield me er niet van die avond. Een bizarredag waarvan ik niet goed wist wat ik ervanmoest denken, laat staan erbij moest voelen.
Langzaam keerde de rust weer terug in huis ensliep ik lekkerder. Ik hoefde niet meer alert tezijn op de geluiden in de kamer naast mij waarPieter sliep. Dit was voorlopig voorbij, ik zegvoorlopig omdat je altijd in je achterhoofd houdtdat het weer kan gebeuren. Hoewel eendepressie afschuwelijk is voor Pieter, geeft hetde omgeving meer ‘rust’ dan een manie. Mijnsinziens. Een manie is voor de omgevingzenuwslopend. Ik mocht daar als gast bij zijn.Pieter bruiste van energie, hield niet op metpraten, kwam met de meest rare plannen op deproppen op de meest gekke tijdstippen en gafgeld uit als water. Soms was ik bang dat hij de‘verkeerde mensen’ tegen zou komen op straatof waar dan ook, die genadeloos misbruik vanhem zouden maken. Hij was in zijn eigen ogenonoverwinnelijk, in mijn ogen vreselijkkwetsbaar. Ik kan me voorstellen hoe moeilijkhet te vatten is voor een buitenstaander. Zelfheb ik ook meerdere malen met verbazingnaar Pieter gekeken, in de hoop de ‘oude’(lees: niet manische) Pieter terug te vinden.Nu krabbelt hij weer overeind en gaat verderwaar hij was blijven hangen en daar ben ikblij om. Iedere dag.
(Esther, zuster van Pieter, in God is in de war... )
Ik ben een overtollig mens. Niemand heeftbelang bij mijn bestaan. Bij deze vervloek ikmijn geboortedag. Ik ben een last voor mezelfen voor mijn omgeving. God neem mijalstublieft mee. Mee naar een plaats waar mijnziel rust vindt.
(Ik houd van mijzelf... )
Geen opmerkingen:
Een reactie posten